Minder van slag met TL-buizen en een pil

 De biologische klok van mensen met dementie is doorgaans behoorlijk van slag. Daardoor is het slaap-waakritme verstoord, wat weer gevolgen heeft voor hun dagelijks functioneren. Uit promotie-onderzoek van Rixt Riemersma, psychiater in opleiding, blijkt dat er een eenvoudige manier is om het probleem aan te pakken. Extra licht en melatonine brengen de klok weer aardig in het gareel.

Het slaap-waakpatroon van patiënten met dementie gaat in de loop van hun ziekte steeds meer afwijken van het gangbare dag-en-nachtritme. ’s Nachts zijn ze vaak onrustig en dolen ze rond, terwijl ze overdag hun slaaptekort weer inhalen. De oorzaak hiervan is dat hun biologische klok – de suprachiasmatische kern - in het brein niet meer optimaal functioneert. De cellen van deze klok worden onvoldoende door licht geprikkeld om actief te blijven, wat ook gevolgen heeft voor de stemming en het denkvermogen. Vaak ontberen de patiënten voldoende licht omdat ze nauwelijks meer buiten komen, last hebben van staar waardoor er minder licht in de ogen komt, of omdat hun oogzenuw niet meer zo goed werkt. Normaal geeft die zenuw via de klokcellen de informatie over licht door aan de hersenen. Begint het donker te worden, dan gaat de pijnappelklier het hormoon melatonine produceren, waarop het brein weet dat het nacht is.
Use it or lose it
In het begin van de jaren negentig kwam Dick Swaab, hoogleraar Neurobiologie, met de hypothese dat het belangrijk is om onze hersencellen te blijven stimuleren. Gebeurt dat onvoldoende, dan raken ze in een sluimerstand. Deze hypothese noemde hij ‘use it or lose it’. Voortbordurend op deze gedachte wilde Eus van Someren, psychofysioloog van het op het AMC-terrein gelegen Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN) en collega van Swaab, weten of door het toedienen van prikkels ook het slaapprobleem bij demente ouderen is aan te pakken. Hij stelde gedurende vier weken een aantal van hen overdag bloot aan indirect helder licht om zo de biologische klok wakker te schudden. Het slaap-waakritme verbeterde, maar toen de extra verlichting werd verwijderd, kwamen de slaapproblemen terug.
De vraag was of het verstandiger is om zo’n lichtbehandeling langer te geven. Om deze te beantwoorden, volgde Rixt Riemersma drieëneenhalf jaar lang demente ouderen. Op dat onderzoek zal ze donderdag 5 juli promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is Riemersma arts-assistent-in-opleiding tot psychiater in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Ze vertelt dat ze destijds een bijzondere constructie had bedacht voor haar onderzoek. ‘Eerst trok ik anderhalf jaar uit om de studie in de steigers te zetten. Daarna heb ik twee jaar lang telkens in perioden van drie maanden om de beurt gegevens verzameld en co-schappen gelopen. Zo kon ik de proefpersonen langere tijd volgen.’
Speciale TL-verlichting
Riemersma keek naar het effect van melatonine en licht afzonderlijk en van de combinatie van beide. In totaal deden 189 demente ouderen mee aan het onderzoek verspreid over twaalf verzorgingshuizen in Friesland en Noord-Holland. Alle proefpersonen verbleven in groepsverzorgingsruimten. Deze ruimten werden voorzien van speciale TL-verlichting met een lichtopbrengst van 1000 lux, terwijl normale binnenverlichting ongeveer 300 lux bedraagt. Omdat de promovenda het lichteffect wilde vergelijken met placebo-situaties, liet ze in sommige ruimten de verlichting ongunstig plaatsen of van filters voorzien zodat op ooghoogte de normale kamerlichtintensiteit werd bereikt. ‘We wilden uiteraard de indruk wekken dat overal extra verlichting was aangebracht, zodat het onderzoek niet beïnvloed kon worden door suggestie.’
De proefpersonen waren willekeurig ingedeeld in vier verschillende groepen. Een daarvan kreeg ’s avonds 2,5 milligram melatonine, een hoeveelheid die ver uitkomt boven de waarde die je normaal in het lichaam tegenkomt. De tweede groep werd dagelijks van 10.00 uur tot 17.00 uur blootgesteld aan 1000 lux licht, de derde kreeg een combinatie van beide en bij de laatste, de controlegroep, was alles nep. Bij de mensen die vanaf het begin deelnamen aan het onderzoek – in totaal 129 – deed Riemersma een basismeting vóór de behandeling. Zo bepaalde ze hun slaap-waakritme. Dit deed ze door twee weken lang bewegingen met een actometer om de pols te registreren, door speekselmonsters te nemen ter bepaling van het melatonine- en cortisolgehalte en door de temperatuur regelmatig te meten. Verder werden de cognitieve functies in kaart gebracht en moest de verpleging elk half jaar vragenlijsten invullen over stemming en gedrag van de patiënten. Demente ouderen die er gedurende de studie in de groepsverzorgingsruimten bijkwamen, werden ook gevolgd maar zonder basismeting.
Geen bijwerkingen
Om het korte termijneffect te meten, keek Riemersma eerst wat het resultaat was zes weken na de behandeling. Vervolgens deed ze dat telkens om het half jaar. Licht gaf al na zes weken een verbetering van de cognitie. De proefpersonen gingen vervolgens wel in dezelfde mate achteruit maar bleven op een hoger niveau. Met melatonine alleen of in combinatie met licht kon die cognitieve achteruitgang in de tijd wel vertraagd worden, vertelt Riemersma.
‘Verder constateerden we dat bij licht het slaap-waakritme na verloop van tijd steeds verder verbetert, wat waarschijnlijk ook een gunstige invloed heeft op de cognitieve functies. Licht werkt tevens positief op de stemming van mensen. Zonder licht nemen de depressieve symptomen toe. Opvallend is bovendien dat melatonine juist die stemming negatief beïnvloedt. Misschien komt dat door de te hoge dosering, waardoor het middel overdag nawerkt. Wellicht is een halve of één milligram beter. Gecombineerd met licht hef je dat probleem wel op. De combinatie van melatonine en licht is dus de beste therapie.’
Riemersma beseft dat hiermee niet het ultieme antidementiemiddel is gevonden, maar het effect is volgens haar wel significant. ‘Het is vergelijkbaar met dat van acetylcholinesteraseremmers, een van de belangrijkste medicijnen tegen de ziekte van Alzheimer.’ Dit middel remt de afbraak van acetylcholine, een neurotransmitter die belangrijk is bij het overdragen van boodschappen in het brein. Het kan echter bijwerkingen hebben zoals maagdarmklachten, duizeligheid en verlies van eetlust. De combinatie van licht en melatonine werkt daarentegen zonder problemen.