daglicht of kunstlicht

Daglicht heeft in tegenstelling tot kunstlicht een breed en uitgebalanceerd kleurenspectrum en varieert in intensiteit door o.a. tijdstip van de dag en seizoensinvloeden. Daglicht is niet superieur ten opzichte van kunstlicht als het gaat om het uitvoeren van activiteiten. Wel heeft daglicht duidelijke voordelen wat betreft allerlei fysiologische processen en de algehele gezondheid (Boyse, e.a. 2003). Daglicht biedt mensen bovendien gevoel van tijd en plaats en voorkomt gevoel van desoriëntatie (Devlin & Arneill, 2003).

Licht beïnvloedt het functioneren en de gezondheid via vier mechanismen (Joseph, 2006):

- het verbetert de uitvoering van taken, wat vooral van belang is voor het personeel. Uit een beperkt aantal studies blijkt bijvoorbeeld dat het (werk)lichtniveau een rol speelt bij het maken van fouten in de medicatiebereiding: 1,500 lux levert significant minder medicatiefouten op, dan lagere niveaus (Ulrich, 2004). Meer onderzoek is nodig naar het optimale lichtniveau in relatie tot complexe taken en de context waarin deze plaatsvinden;

- mede aangestuurd door met name natuurlijk daglicht worden vanuit de biologische klok verschillende lichaamsprocessen aangestuurd, zoals lichaamstemperatuur en het slaap-waakritme. Deze kern is ook verantwoordelijk voor de productie van hormonen, zoals melatonine (slaaphormoon) en cortisol (stresshormoon). Beide hormonen beïnvloeden de gezondheid, stemming, welbevinden en prestaties van de mens (Aarts & Westerlaken, 2007). Onderzoek geeft duidelijk aan dat (helder) licht positieve effecten heeft, zoals: vermindering van depressie (bipolair) en seizoensdepressie, verkorting opnameduur, mortaliteit, verbetering slaapgedrag en dag-nachtritme, agitatie bij dementie, postoperatief herstel, ervaren stress en pijn(medicatie). Ochtendlicht, oftewel een oostelijke oriëntatie van het gebouw, is in vergelijking met avondlicht effectiever bij depressies en agitatie bij dementie;

- het beïnvloed de stemming en perceptie. Met name uit onderzoek in kantooromgevingen blijkt dat mensen daglicht prefereren boven kunstlicht en dat mensen graag beschikken over een raam. Dit beïnvloed de tevredenheid, de stemming en uitvoering van het werk (Heerwagen, 1986; 2008). Een verklaring is dat mensen een natuurlijk behoefte hebben aan stimuli die verbonden zijn aan tijd en weer, zoals veranderingen in daglicht (kleur, schaduw, helderheidcontrast, zonnestand) en thermische sensaties als gevolg van direct zonlicht, wind en luchtvochtigheid;

- allerlei fysiologische processen zoals o.a. vitamine D opname.

Bekend is dat veel ouderen slecht slapen. Een deel van deze problemen ontstaat door te weinig licht gedurende de dag, waardoor melatonine onvoldoende wordt onderdrukt. Het gevolg is vermoeidheid, de menselijke biologische klok en de werkelijke tijd lopen niet meer synchroon. Ouderen brengen een groot deel van de dag binnenshuis door, zeker de groep die in een zorginstelling woont. Gebleken is dat de verlichtingsniveaus te laag zijn om te kunnen fungeren als prikkel om de biologische klok bij te stellen. Een hogere slaapefficiëntie (daadwerkelijke slaap gedurende de tijd dat men in bed ligt) ontstaat al als mensen overdag gedurende langere tijd worden blootgesteld aan hogere lichtniveaus (> 1.000 lux). Ook het aantal dutjes is bij hoge lichtniveaus minder (Someren, 2000; Aarts, 2006). Bij gevorderde dementie leidt 1.000 lux ‘wit’ licht gedurende de hele dag naast slaapverbetering ook tot vertraging van de cognitieve achteruitgang (Riemersma, 2007).

Implicaties

Er is overtuigend wetenschappelijk bewijs dat licht essentieel is voor menselijk functioneren en positieve effecten heeft voor zowel patiënten als personeel. Waarbij de voorkeur uitgaat naar natuurlijk licht (daglicht) boven kunstlicht. Niet alleen vanwege de positieve effecten voor de gebruikers, maar ook omdat daglicht een relatief eenvoudige en goedkope oplossing is die bovendien de voorkeur heeft van de meeste mensen. Uiteraard zal er aanvullend kunstlicht nodig zijn. Vaak wordt aangenomen dat full-spectrum kunstlicht zodanig vergelijkbaar is met daglicht dat het te prefereren is boven andere vormen van kunstlicht. Hier is echter meer onderzoek voor nodig.

Licht in de gezondheidszorg

- ramen in verband met daglichttoetreding in patiëntenkamers, incl. de mogelijkheid om verblinding te voorkomen en temperatuur te reguleren bijvoorbeeld door zonwering;

- directe bezonning van kamers met felle harde lichtplekken voorkomen (weerkaatsing van lichte vloer en wanden naar plafond)

- oostelijke gebouworiëntatie van patiëntenkamers (maximaliseren van ochtendzon);

- hogere lichtniveaus bij doelgroepen die overdag grotendeels binnenshuis zijn;

- naar wens individueel regelbare (kunst)verlichting;

- adequate werkverlichting voor personeel;

- hogere lichtniveaus voor uitvoeren van complexe taken door personeel;

- zo mogelijk ook daglichttoetreding in werkruimten van personeel;

- beperk waar mogelijke institutionele verlichting (zachter licht en nadruk op residentiële aspecten van verlichting, gelijkend op woningbouw).